Wij onderscheiden de behandeling van kwaadaardige aandoeningen en goedaardige aandoeningen.
  • Kwaadaardige aandoening
  • Goedaardige aandoening
Tab 1
Stacks Image 5415
Diagnose:

Bij de behandeling van kwaadaardige aandoeningen is het van groot belang een juiste diagnose te verkrijgen en de uitgebreidheid van de aandoening te bepalen.

Meestal wordt de diagnose reeds door de longarts gesteld. De longarts maakt hiervoor gebruik van bloedanalyse, medische beeldvorming zoals RX thorax, CT thorax en PET-scan, sputum onderzoek, bronchoscopie en punctie via bronchoscopische echografie of EBUS, CT geleide puncties.
Soms kan geen van bovenstaande technieken tot een diagnose leiden. Longchirurgische technieken zijn dan de cervicale mediastinoscopie en de videoscopische exploratie.
Behandeling:
  • Bij een cervicale mediastinoscopie worden de lymfeklieren tussen de 2 longen verwijderd voor onderzoek.
  • Bij een videoscopische exploratie wordt onder zicht van een camera het moeilijk te bereiken letsel verwijderd voor onderzoek.

Beide technieken vereisen een algemene anesthesie en een korte hospitalisatie.
De behandeling van een kwaadaardige long of mediastinale aandoening gebeurt multidisciplinair. Elke patiënt wordt vooraf besproken. Naast de longarts en de longchirurg zijn ook radioloog, patholoog, oncoloog en radiotherapeut aanwezig.
Het aandeel van de longchirurg in de behandeling van kwaadaardige aandoeningen bestaat in het wegnemen van het kwaadaardig letsel samen met de omliggende lymfklieren. Wanneer technisch mogelijk gebeurt de ingreep videoscopisch. Het voornaamste voordeel van deze techniek is een snel herstel, en snel kunnen hervatten van de dagelijkse activiteiten.
Bij een uitgebreide kwaadaardige aandoening is soms uitgebreide chirurgie nodig. Ook deze ingrepen zijn momenteel veilig door de vooruitgang in anesthesie technieken en de vooruitgang in chirurgisch technische middelen.

Onze overlevingscijfers tonen aan dat een longpatiënt met een kwaadaardige aandoening zich bij ons in goede handen bevindt.
Tab 2
Een tweede luik in de longchirurgie is de behandeling van goedaardige aandoeningen. De meest uiteenlopende aandoeningen kunnen worden behandeld.
Stacks Image 5425
  • Hyperhidrosis:
Overmatig zweten of hyperhidrosis kan een oplossing krijgen door een videoscopische wegname van de thoracale sympaticus zenuw. Deze ingreep vereist een 24 h opname.

  • Thoracic outlet:
Aanhoudende pijn en krachtsverlies in de armen kan soms te wijten zijn aan een afklemming ter hoogte van de schouder: het thoracic outlet syndroom. Sommige patiënten komen in aanmerking voor een eerste rib wegname. Deze ingreep gebeurt via een kleine okselincisie.

  • Ribbreuken:
Na een zwaar ongeval kunnen meerdere ribben gebroken zijn. Chirurgie wordt overwogen wanneer de ademhaling bemoeilijkt wordt. De ribben worden hersteld met titaniumplaten, zodat de patiënt weer normaal kan ademen en snel zijn dagelijkse activiteiten hernemen.

  • Klaplong:
Een klaplong, zeker wanneer op CT thorax blaasjes aangetoond worden, wordt videoscopisch behandeld. De blaasjes worden videoscopisch afgeniet en de long wordt aan de wand verkleefd.

  • Longontsteking:
Een verwikkelde longontsteking met ettercollectie, wordt zo snel mogelijk videoscopisch zuiver gemaakt en gedraineerd om een snelle genezing te bekomen. Antibiotica dienen hier langdurig te worden ingenomen.
Dr. Ludo Verougstraete is longchirurg sinds 1988, heeft dus een meer dan ruime ervaring, en volgt de laatste ontwikkelingen op gebied van videoscopische thoracale heelkunde op de voet.